De wet en regels rondom Camerabewaking

In en rond woningen kunnen camera’s opgehangen worden om eigendommen
te beveiligen en bewoners te beschermen. Zowel organisaties, zoals woningbouwverenigingen,
als particuliere bewoners kunnen besluiten camera’s te plaatsen.
Dit is niet verboden, maar er zijn wel voorwaarden aan verbonden.

Cameratoezicht door personen valt in principe niet onder de
Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). De Autoriteit Persoonsgegevens
houdt hier dus ook geen toezicht op.

Wie een camera ophangt, moet ervoor zorgen dat de camera zo min mogelijk gericht
is op de openbare weg of op eigendommen van anderen.

Is een camera wel (deels) gericht op een (deel) van de openbare weg? Of filmt iemand
bijvoorbeeld de tuin van de buurman? Dan is de AVG wél van toepassing en
houdt de Autoriteit Persoonsgegevens dus ook toezicht.

Laat uw camerabewaking installatie dan ook installeren door een professioneel
bedrijf welke zich aan de regels weet te houden. Natuurlijk zijn er los van de
wet en regelgevingen tal van regels rondom de installatie van een camerasysteem.

Wij als Camerainstallatie bedrijf houden ons aan de CPR en NEN normen
om zo een professionele installatie bij u achter te laten waar u nog jaren gebruik
van kan maken.

De overheid informeert ons via www.rijksoverheid.nl op een uitstekende manier over het gebruik van beveiligingscamera’s. De overheid onderscheidt het gebruik van beveiligingscamera’s op openbare plaatsen, op de werkvloer, in winkels en in en rond de woning. We spreken in dit artikel enkel over wetten- en regelgeving voor camerabewaking op de werkvloer, in winkels en in en rond een woning.

Beveiligingscamera’s op de werkvloer of in winkels
Officieel mag er alleen cameratoezicht op de werkvloer of in een winkel plaatsvinden wanneer dit echt nodig is. Bescherming tegen vandalisme of diefstal kan een terechte reden zijn om camerabewaking in te zetten. Het is verplicht voor een werkgever of winkeleigenaar om aan te geven dat er bewakingscamera’s zijn. Beveiligingscamera’s zijn strafbaar wanneer het niet wordt aangegeven als deze worden gebruikt. Wordt er veel gestolen? Dan is er een uitzondering en mag men toch bewakingscamera’s gebruiken zonder dit te melden. Het moet echter worden aangetoond dat er genoeg inspanningen zijn ondernomen om de diefstal ten einde te brengen.

Camera’s mogen worden geplaatst in een magazijn, bij de ingang, bij de kassa of op andere belangrijke punten binnen uw bedrijf.

Camerabewaking in en rond een woning
Officieel mag men geen camerabewaking gebruiken bij de ramen of voordeur. In veel gevallen worden bewakingscamera’s echter toch gebruikt om dit te doen en vaak maakt de politie alsnog gebruik van de gemaakte beelden als er een inbraak of vandalisme geweest is. Woningbouwcorporaties hebben minder beperkingen en mogen vrijuit beveiligingscamera’s gebruiken voor het beveiligen van een flat of woning. De overheid is van mening dat straatbewaking moet stoppen en dat is dan ook in geen geval toegestaan. De praktijk laat echter zien dat er weinig gecontroleerd wordt en de grens tussen het bewaken van het eigen terrein en de straat valt lastig te bewijzen.

Wet bescherming persoonsgegevens
De Wet bescherming persoonsgegevens beschermt onze privacy en beschrijft precies wat er wel of niet met onze persoonsgegevens mag gebeuren. De Wet bescherming persoonsgegevens geldt ook voor camerabewaking. Voor camera’s op het werk is er bijvoorbeeld een protocol ‘camera’s op het werk’ verplicht waarin staat beschreven welke rechten een werknemer heeft.

Een verborgen camera op het werk mag officieel alleen worden geplaatst als er is gemeld dat er verborgen camera’s geplaatst kunnen worden.

In elke situatie gelden er verschillende regels, maar u merkt dat de wet- en regelgeving rondom camerabewaking nauw samenloopt met de Wet bescherming persoonsgegevens. Het belang van privacy weegt soms zwaarder dan het belang van veiligheid. Elke situatie is anders en het is aan privépersonen, de overheid en bedrijven om in te schatten wanneer camerabewaking proportioneel is of niet.

Camerabeelden gebruiken als bewijs
Wilt u camerabeelden inzetten als bewijs bij strafbare feiten? Daarvoor gelden aparte regels! Opnamen van camera’s worden gedeeld met de politie wanneer er strafbare feiten te zien zijn. Een werknemer kan op deze manier worden vervolgd wanneer er diefstal heeft plaatsgevonden.

Zijn de camerabeelden illegaal gemaakt? Ook in dat geval kan het als bewijs dienen. Onrechtmatig verkregen bewijs is alleen onrechtmatig als er politie of opsporingsambtenaren betrokken zijn geweest bij het maken van illegale beelden. In veel gevallen kan er dus inbreuk op de privacy worden gemaakt, maar zal het bewijsmateriaal alsnog geldig worden bevonden in de rechtbank.

De maker van de beelden hoeft op dit moment echter niet vrijuit gaan. Het aanleveren van illegaal bewijs kan een boete of gevangenisstraf opleveren.

De politie heeft te maken met strengere regels en wanneer zij de regels schenden zal het bewijs in bijna alle gevallen als onrechtmatig verkregen bewijs worden aangemerkt.

Publicatie van opnamen
Het publiceren van foto’s of video’s mag niet zomaar gebeuren wanneer iemand herkenbaar te zien is. De geportretteerde kan privacy aandragen als grond waarop een foto of video niet gepubliceerd wordt.

Het is niet zeker dat een rechtmatig gemaakte opname ook mag worden gepubliceerd. Het portretrecht is een ander recht dan de wet- en regelgeving rondom camerabewaking.

Stickers en beveiligingscamera’s
Wilt u een beveiligingscamera volgens de regels inzetten? Gebruik dan stickers om openheid aan personeel of klanten te geven. Het aankondigen van camerabewaking kan met een bord of een sticker bij het hek. Iedereen die in beeld komt moet hier vooraf over geïnformeerd zijn.

In en rondom huis mag u filmen wanneer dit staat aangegeven bij alle toegangsduren. Plaats stickers op de deuren om op een eerlijke manier aan te geven dat iemand in beeld komt.

Heeft u een winkel en wilt u klanten filmen? Plaats ook in dat geval stickers bij de ingang. Het filmen van klanten is strafbaar wanneer zij hier niet van op de hoogte zijn.

Is er een unieke situatie gaande? In dat geval mogen er verborgen camera’s worden ingezet binnen uw bedrijf. Alleen de rechter kan beslissen of camerabewaking proportioneel is of niet.

 

Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens

 

Deze beleidsregels Cameratoezicht vervangen de publicatie ‘Camera’s in het publieke domein. Privacynormen voor het cameratoezicht op de openbare orde’ (2004) van het College bescherming persoonsgegevens (CBP), tegenwoordig de Autoriteit Persoonsgegevens. Diverse ontwikkelingen, zowel op het gebied van wetgeving als op het gebied van de technologie, waren aanleiding voor deze nieuwe publicatie.

De beleidsregels vormen een uitwerking van bepalingen uit de Wet bescherming persoonsgegevens en de Wet politiegegevens die relevant zijn voor cameratoezicht door private of publieke organisaties ter beveiliging van personen en goederen en door gemeenten ter handhaving van de openbare orde. Ook wordt ingegaan op de inzet van nieuwe technologieën bij cameratoezicht, zoals drones, dashcams en andere slimme camera’s.

Aangezien de bepalingen van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) algemeen van aard zijn, kan de uitwerking van die bepalingen in deze beleidsregels ook van toepassing zijn op verwerkingen van ander beeldmateriaal, zoals foto’s, en voor andere doeleinden, zoals cameraobservatie, die ook onder het wettelijke regime van de Wbp vallen.

De beleidsregels dienen in eerste instantie als leidraad voor organisaties die gebruik (willen) maken van cameratoezicht en als uitgangspunt voor de Autoriteit Persoonsgegevens bij haar toezichthoudende taak. Daarnaast kunnen ze ook voor ontwikkelaars en leveranciers van (slimme) digitale camerasystemen als leidraad dienen bij de ontwikkeling van (nieuwe) technologie waarbij sprake is van de verwerking van beeldmateriaal.

 

Organisaties zetten steeds vaker cameratoezicht in. Hierbij verwerken zij vaak persoonsgegevens. Bovendien worden de technische mogelijkheden van camera’s steeds geavanceerder. Zo worden camera’s bijvoorbeeld gekoppeld aan drones1 en worden ze steeds ‘slimmer’ gemaakt, waardoor ze steeds meer informatie kunnen genereren.

De toename in het gebruik van cameratoezicht en de voortschrijdende technologie maakt dat er bij bedrijven en overheden een groeiende behoefte bestaat aan inzicht in de wettelijke mogelijkheden om cameratoezicht toe te passen. De Autoriteit Persoonsgegevens brengt daarom deze beleidsregels cameratoezicht uit.

De beleidsregels zijn ten eerste toegespitst op cameratoezicht door (private of publieke) organisaties ter beveiliging van personen en goederen, waarop de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) van toepassing is. Ten tweede gaan zij in op cameratoezicht door gemeenten ter handhaving van de openbare orde, waarop artikel 151c Gemeentewet van toepassing is. Met ‘cameratoezicht’ wordt in deze beleidsregels de bewaking met camera’s bedoeld. Dat neemt niet weg dat de bepalingen van de Wbp algemeen van aard zijn, zodat de uitwerking van die bepalingen in deze beleidsregels ook van toepassing kan zijn op verwerkingen van ander beeldmateriaal, zoals foto’s, en voor andere doeleinden, zoals cameraobservatie, die ook onder het wettelijke regime van de Wbp vallen. Met ‘cameraobservatie’ wordt bedoeld het waarnemen met camera’s, anders dan bewaking.

Bij de uitwerking van artikel 151c Gemeentewet in deze beleidsregels komen de rol en verantwoordelijkheden van de politie met betrekking tot cameratoezicht in het kader van de handhaving van de openbare orde aan bod. De beleidsregels gaan echter niet specifiek in op cameratoezicht in het kader van de algemene politietaak in de zin van artikel 3 Politiewet 2012, noch op de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Daarentegen bevat hoofdstuk 1 van de beleidsregels wel algemene uitgangspunten die gelden wanneer persoonsgegevens worden verwerkt door middel van een camera. Deze uitgangspunten gelden in het algemeen, dus in principe ook wanneer cameratoezicht plaatsvindt in het kader van de algemene politietaak of in het kader van opsporing en vervolging van strafbare feiten.

De beleidsregels dienen als leidraad bij zowel de afweging die organisaties dienen te maken alvorens zij tot cameratoezicht overgaan, als bij de maatregelen die zij vervolgens moeten treffen ter bescherming van de persoonsgegevens van de betrokkenen. Hoewel ontwikkelaars en leveranciers van camerasystemen meestal niet verantwoordelijk zijn voor de verwerking van persoonsgegevens door middel van camera’s, kunnen de beleidsregels ook voor hen als leidraad dienen om al in de ontwikkelings- en leveringsfase van deze systemen rekening te houden met de bescherming van persoonsgegevens. Voor de Autoriteit Persoonsgegevens ten slotte dienen deze beleidsregels bovendien als uitgangspunt bij het onderzoeken en beoordelen van de inzet van cameratoezicht en bij het toepassen van handhavende maatregelen.

De beleidsregels beginnen met meer algemene uitgangspunten en worden daarna steeds specifieker. Zo bevat hoofdstuk 1 de algemene uitgangspunten die meestal gelden wanneer persoonsgegevens worden verwerkt door middel van een camera. Hoofdstuk 2 en 3 bevatten een uitwerking van belangrijke bepalingen uit de Wbp respectievelijk artikel 151c Gemeentewet j° de Wet politiegegevens (Wpg) ten aanzien van cameratoezicht. Hoofdstuk 4 gaat in op situaties waarin private organisaties delen van openbare plaatsen filmen en waarin private organisaties en gemeenten gezamenlijk zowel private goederen als openbare plaatsen filmen. In hoofdstuk 5 komt cameratoezicht door middel van drones, dashcams en (andere) slimme camera’s aan bod. De beleidsregels worden met hoofdstuk 6 afgesloten, waarin de rechten van betrokkenen en de rol van de Autoriteit Persoonsgegevens kort worden beschreven. In de bijlagen zijn de belangrijkste wettelijke bepalingen opgenomen.

De beleidsregels vervangen de publicatie ‘Camera’s in het publieke domein. Privacynormen voor het cameratoezicht op de openbare orde’ van het College bescherming persoonsgegevens2 uit november 2004. Deze eerdere publicatie gaat over cameratoezicht op de openbare orde (waarop thans artikel 151c Gemeentewet van toepassing is), terwijl deze beleidsregels ook betrekking hebben op cameratoezicht waarop de Wbp van toepassing is. De belangrijkste wijzigingen in de regelgeving die sindsdien hebben plaatsgevonden zijn de invoering van artikel 151c Gemeentewet en de invoering van de Wpg. Thans ligt de aanpassing van artikel 151c Gemeentewet in verband met de Wet flexibel cameratoezicht3 bij de Eerste Kamer. Ten tijde van de publicatie van deze beleidsregels is deze wet nog niet in werking is getreden. Het is vanzelfsprekend aan de Eerste Kamer om te oordelen over het voornoemde wetsvoorstel; in deze beleidsregels is evenwel uitgegaan van de eventuele inwerkingtreding van de Wet flexibel cameratoezicht. De beleidsregels dienen immers over een langere tijdsperiode geldingskracht te hebben waarbij het streven is deze actueel te laten zijn.

In de beleidsregels worden relevante wettelijke bepalingen en jurisprudentie beschreven die van toepassing kunnen zijn op de verwerking van persoonsgegevens door middel van cameratoezicht. De genoemde wettelijke bepalingen en jurisprudentie zijn echter niet uitputtend. De voorbeelden in de beleidsregels dienen enkel ter illustratie en zijn ontdaan van andere relevante (juridische) omstandigheden. Een definitieve beoordeling over de rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens door middel van cameratoezicht kan alleen worden gemaakt met inachtneming van alle omstandigheden van het afzonderlijke geval. De beoordeling kan daarom per geval anders uitpakken. Technologische ontwikkelingen staan niet stil. Deze beleidsregels zijn derhalve geen statisch document: ze zullen door de Autoriteit Persoonsgegevens zoveel mogelijk actueel gehouden worden.

 

Plekken of op plaatsen waar een camerasysteem aanwezig kan zijn:

  • Openbare plaatsen,
  • Op de werkplek,
  • Op school,
  • In winkels,
  • In horeca (cafe’s, restaurant, etc. .),
  • Op sportverenigingen,
  • In en rond een woning,
  • In het verkeerd,
  • Voor opsporing van strafbare feiten.

Maar hoe staat het met onze privacy?

Het CPB (College Bescherming Persoonsgegevens) houdt toezicht op de naleving van de wettelijke regels voor bescherming van persoonsgegevens en adviseert over nieuwe regelgeving. CPB zorgt ervoor dat onze privacy wordt gerespecteerd binnen het wettelijke kader.

Welke regels gelden er?

Hieronder vindt u een overzicht welke CPB heeft gemaakt.

  • Cameratoezicht op openbare plaatsen
  • Cameratoezicht op de werkplek
  • Cameratoezicht op school
  • Cameratoezicht in winkels, horeca en sportclubs,
  • Cameratoezicht in en rond een woning,
  • Cameratoezicht in het verkeer,
  • Cameratoezicht voor opsporing van strafbare feiten.

 

 

Binnen 24 uur
Waarom kiezen voor camerainstallatie.nl
  • Eigen helpdesk
  • Opgeleide monteurs
  • VCA Certificering
  • Technische dienst
  • Onderhoudscontracten
  • Adviseurs op locatie
  • 20 jaar ervaring
  • Eigen voorraad
  • Eigen showroom
Gratis advies
WhatsApp chat